[i]De boer op de Grote MarktMet zijn gebaar,- kijk naar de dreiging vanzijn hand! - wijst hij als Uriël ter poortvan 't paradijs de vreemde zondaars voorten roept den Heer al zijn getuige aan.De gaping van zijn mond roept over heien velden noodschreeuw van een volk in strijden siddert van verbolgenheid en nijdom onrecht van verwaten dwing'landij.Hoe meer de eeuwen gaan, verscherpt in weeren wind het akelig verwijzen naarden hemel boven onze stede, waar wij God verwerpen om de aardse leer.Hoe holler sleet van tijd en wind zijn mondvergroot, hoe feller klinkt zijn straffend woord,Maar niemand nog beziet zijn hand, noch hoortzijn stem, omdat wij zinken in de grond.[/i]